In het Klimaatakkoord hebben overheden, ontwikkelaars, de coöperatieve sector en andere partijen afspraken gemaakt over participatie bij het opwekken van duurzame energie, waaronder het streven naar 50% lokaal eigendom bij duurzame energieprojecten.

In de 30 RES-regio’s wordt hard gewerkt aan het vormgeven van deze vormen van participatie. Bij steeds meer overheden en ontwikkelaars levert dit de vraag op in hoeverre het mogelijk is, om in beleid, regelgeving of bij (project)besluiten dwingende randvoorwaarden te stellen aan de mate van participatie door een initiatiefnemer bij duurzame energieprojecten. De factsheet ‘Bevoegdheden overheden bij procesparticipatie en financiële participatie‘ laat zien waar juridische mogelijkheden liggen om invulling te geven aan de afspraken uit het Klimaatakkoord over participatie.

Overheden kunnen bijvoorbeeld in beleid een inspanningsplicht opnemen voor een initiatiefnemer van een duurzaam energieproject, om omwonenden in het gebied te informeren en draagvlak te creëren of te vergroten. Tegelijkertijd zijn er ook grenzen aan het beleid en het stellen van regels. Het bevoegd gezag kan de initiatiefnemer niet juridisch verplichten om de omgeving financieel te laten participeren in de ontwikkeling of exploitatie van een energieproject, bijvoorbeeld met een omgevingsfonds of lokaal eigendom. Dit betekent dat het bevoegd gezag een aanvraag voor bijvoorbeeld een omgevingsvergunning voor een zonnepark niet mag weigeren omdat een initiatiefnemer niet de mogelijkheden van financiële participatie heeft verkend, en het project verder wel passend is binnen het bredere ruimtelijke beleid van de gemeente.

Het Klimaatakkoord is breed gedragen en ook de energiesector en decentrale overheden scharen zich erachter. Er is dus een gedeelde motivatie om duurzame energie met goede betrokkenheid van de omgeving te realiseren. Met gezamenlijke inspanning van overheden, initiatiefnemers en andere betrokken partijen is de kans op succesvolle participatie het grootst, zoals ook de praktijk bewijst. Door kennis en ervaringen te delen, elkaar te helpen en samen te zoeken naar oplossingen.

De factsheet is tot stand gekomen in opdracht van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat en in afstemming met het Nationaal Programma RES, het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties, IPO, VNG, Unie van Waterschappen, de NVDE, Holland Solar, NWEA, Energie Samen en de Participatiecoalitie.

Verdere informatie en hulpmiddelen

Voor verdere informatie en hulpmiddelen voor participatie bij duurzame energieprojecten is de expertpool van het Nationaal Programma RES beschikbaar voor overheden. In deze expertpool zijn verschillende kennispartners werkzaam. Ook biedt de leeromgeving www.energieparticipatie.nl van het Nationaal Programma RES kennis en praktische handvatten voor het inrichten van- of deelnemen aan participatie bij de Regionale Energiestrategie.

Het Nationaal Programma RES is gestart met de leeromgeving: www.energieparticipatie.nl. Dé leeromgeving voor participatie bij duurzaam opwekken van energie.

In het Klimaatakkoord is afgesproken dat we met elkaar de CO2-uitstoot sterk gaan verminderen: in 2030 met de helft ten opzichte van 1990. Om dat doel te bereiken, gaat Nederland onder andere over op duurzaam opgewekte energie. 30 energieregio’s beschrijven in een Regionale Energiestrategie (RES) waar en hoe het best duurzame elektriciteit op land (wind en zon) opgewekt kan worden.

In de 30 RES-regio’s wordt hier volop aan gewerkt. Niet alleen door ambtenaren en bestuurders, maar ook volksvertegenwoordigers, inwoners, maatschappelijke partijen, initiatiefnemers en marktpartijen worden daarbij betrokken. Want participatie is een essentieel onderdeel van de transitie naar duurzame energie.

Maar wie betrekt wie bij de plannen en op welk moment? Daarbij helpen kennis en informatie, maar ook praktijkvoorbeelden en praktische tools. Daarom lanceert het Nationaal Programma RES de nieuwe online leeromgeving www.energieparticipatie.nl. Een leeromgeving boordevol waardevolle informatie van en voor elkaar. Over alles wat van belang is bij het meepraten, meedenken en meedoen bij het opwekken van duurzame energie.

Een levendige leeromgeving voor iedereen

Er zijn al heel veel tools, gidsen en handreikingen over participatie in de energietransitie. Zó veel zelfs dat mensen soms door de bomen het bos niet meer zien. Daar biedt Energieparticipatie.nl de helpende hand. Met kennis, voorbeelden, praktische handvatten, uitwisseling van ervaringen en expertise.

Bezoekers kunnen de meest recente kennis opdoen over de mogelijkheden, vormen en doelen van participatie bij duurzaam opwekken van energie. Die kennis helpt hen om weloverwogen keuzes te maken bij het inrichten van- of deelnemen aan participatie. Ook kunnen zij kennis en ervaringen delen, zodat iedereen ervan kan leren.

Daardoor groeit de leeromgeving. Zodat straks nóg veel meer kennis te raadplegen is. Want bij de grote opgave waar we voor staan, is betrokkenheid van zowel goed geïnformeerde ambtenaren en bestuurders, als volksvertegenwoordigers, inwoners, maatschappelijke partijen, initiatiefnemers en marktpartijen van groot belang.

Vanaf 15 oktober 2020 opent de subsidieregeling ‘Brabant geeft Energie’. De provincie is op zoek naar projecten ‘van onderop’ die de energietransitie in Brabant aantoonbaar versnellen.

Om in aanmerking te komen voor deze subsidie is de provincie opzoek naar projecten die innovatief, opschaalbaar, deelbaar en enthousiasmerend voor Brabanders zijn. Bovendien willen we dat er samenwerkingsverbanden ontstaan, die gezamenlijk een project uitvoeren. Reguliere verduurzamingsmaatregelen zoals, dak-, vloer-, gevel- en spouwmuurisolatie en zonnepanelen komen niet in aanmerking voor deze subsidieregeling.

Openstelling subsidieregeling

De nieuwe subsidieregeling loopt van 15 oktober 2020 tot en met 1 december 2021. Het totaal beschikbare bedrag voor deze subsidie is € 500.000. De provincie draagt maximaal 50% van de kosten van een project, met een maximum bijdrage van € 24.999. De subsidie wordt alleen toegekend als het project nog niet eerder aanspraak maakte op een provinciale subsidie. Zowel privaatrechtelijke als publiekrechtelijke rechtspersonen kunnen aanvragen indienen bij het subsidiebureau van de provincie.

Eerdere subsidierondes

In de periode oktober 2018 tot en met september 2019 zijn er drie subsidierondes geweest. In totaal hebben 22 samenwerkingsverbanden provinciale subsidie voor hun projecten gekregen. De projecten hadden uiteenlopende onderwerpen. Van het collectief opwekken van duurzame energie bij industrieterreinen, specifieke solar-oplossingen voor daken en gevels, het professionaliseren van nieuwe en bestaande lokale zoncoöperaties tot het op een innovatieve manier verbinden en in beweging brengen van initiatieven rond het opwekken van eigen betaalbare, duurzame energie voor inwoners. Lees meer over deze initiatieven.

Wijzigingen ten opzichte van de vorige rondes

Ten opzichte van vorige rondes zijn er een aantal aanpassingen gedaan in de subsidieregeling. Belangrijkste wijziging is dat de aanvragen worden beoordeeld op volgorde van binnenkomst aan de hand van het ‘first come, first served’-principe (in plaats van een tender met een vaste inschrijfperiode). De maximale subsidie in deze ronde bedraagt € 24.999.

Hoe kunt u deze subsidie aanvragen?

Vooraf raadpleegt u als subsidieaanvrager de stichting Brabant geeft Energie voor een inschatting van de kansen en risico’s van het project en het opstellen van het projectplan. De Stichting denkt graag met u mee en verwerkt uw kansen en risico’s in een formulier. Met dit formulier kunt u uw aanvraag indienen bij het subsidieloket.

Meer informatie

Meer informatie over de subsidieregeling en de beoordelingscriteria, leest u in de subsidieregeling energie van de provincie. Voor rechtstreeks contact met de stichting Brabant geeft Energie kunt u contact opnemen met Minke van Boekel ([email protected]) of bekijk de pagina van Brabant geeft Energie.

De brochure ‘RES en Besluitvorming’ verduidelijkt de positie van gemeenteraden, de Provinciale Staten en Algemeen Besturen van de waterschappen binnen het RES-proces en geeft inzicht in de mogelijke varianten van besluitvorming bij de concept-RES en de RES 1.0.

De brochure is opgesteld door NP RES i.s.m. het programma Democratie in Actie.

In vervolg op vragen uit de regio’s naar de wijze van besluitvorming van de regionale energiestrategieën stelden wij samen met het programma Democratie in Actie deze informatieve brochure ‘RES en de besluitvorming’ op.

Democratie in Actie is een samenwerkingsprogramma dat gemeenten, provincies en waterschappen ondersteunt met activiteiten, leergangen en kennis om de lokale democratie te versterken en te vernieuwen. Kijk voor meer informatie en je aanmelden voor de nieuwsbrief op de website. Of volg Democratie in Actie op LinkedIn of Twitter.

Met de brochure willen we de positie van de gemeenteraden, de Provinciale Staten en Algemeen Besturen van de waterschappen binnen het RES-proces verduidelijken en inzicht geven in de mogelijke varianten van besluitvorming bij de concept-RES en de RES 1.0. Het is uiteraard aan de RES-regio zelf om het proces in te richten. In deze brochure hebben we een aantal voorbeelden uit de RES-regio’s toegevoegd en ook formats om de onderlinge kennisuitwisseling te vergroten.

DOWNLOAD DE BROCHURE ‘RES EN BESLUITVORMING’

Proces in de regio

Na het opleveren van de concept-RES door de regio is deze naar de afzonderlijke gemeenten gegaan. De volgende gemeenteraden hebben ingestemd met de concept-RES:

  • Alphen-Chaam
  • Altena
  • Baarle-Nassau
  • Bergen op Zoom
  • Breda
  • Drimmelen
  • Etten-Leur
  • Geertruidenberg
  • Halderberge
  • Moerdijk
  • Oosterhout
  • Roosendaal
  • Woensdrecht
  • Zundert

De gemeenten Steenbergen en Rucphen brengen het concept-bod binnenkort ter stemming in de raad.

Vorige week hebben de opdrachtgevers van het nationaal programma RES, samen met de voorzitters van het Voortgangsoverleg Klimaatakkoord en de uitvoeringstafels Elektriciteit en Gebouwde Omgeving, besloten dat een verruiming van het tijdschema voor het opleveren van de RES nodig is.

Hoe gaat het nu met het aanleveren van de concept-RES?

De planning voor het aanleveren van de bestuurlijk vastgestelde concept-RES wordt verruimd van 1 juni naar 1 oktober 2020.

Op 1 oktober start PBL de RES-analyse (kwantitatief én kwalitatief) zoals die eerder beoogd was op 1 juni. De PBL-analyse komt op uiterlijk 1 februari 2021 beschikbaar, samen met het advies van het nationaal programma RES (appreciatie).

De planning voor het opleveren van de RES 1.0 wordt verruimd van 1 maart 2021 naar 1 juli 2021.

De 30 RES’en hebben allemaal hun eigen aanpak, werkwijze en planning. Het besluit tot verruiming van de planning biedt de regio’s de mogelijkheid om door te gaan op de eigen koers. Uitgangspunt is wel dat de doelen zoals opgenomen in het Klimaatakkoord niet vertraagd raken.

Wat betekent dit voor energieregio West-brabant?

In West-Brabant is de concept-RES klaar, deze is vanaf 15 april ook openbaar. De komende maanden staat het stuk op de agenda van de gemeenteraden in onze regio. Na besluitvorming in alle raden sturen we het  op naar het Nationaal Programma RES en het Planbureau voor de Leefomgeving. Het Nationaal Programma RES gaat in de zomer  aan de slag met het maken van een kwalitatieve analyse van alle plannen van de regio’s.

Voor het proces voor de RES 1.0 houden we voorlopig vast aan de planning om deze aan het einde van 2020 gereed te hebben. Dat kan, wij zijn al een heel eind op weg. Daarna is er vervolgens voldoende tijd voor de behandeling in de colleges en in de gemeenteraden.

De komende maanden zullen we verschillende bijeenkomsten organiseren voor stakeholders en voor raadsleden, zoals we ook voor de concept-RES hebben gedaan. Gemeenten zullen hun inwoners blijven betrekken bij de lokale opgave voor de energietransitie.

In het Klimaatakkoord staat dat er bij grootschalige opwek van hernieuwbare elektriciteit op land gestreefd wordt naar 50% eigendom van de lokale omgeving. Wat betekent dit nu precies? Over welke omgeving hebben we het en hoe bereik je dit dan? Om de energietransitie te laten slagen, kunnen partijen samenwerken in de ontwikkeling, bouw en exploitatie van een gebied. Dit betekent dat eigendom in een gebied verdeeld wordt, waarbij de helft van het eigendom van de productie van de lokale omgeving is. Dat kunnen bijvoorbeeld bewoners of bedrijven zijn, die investeren in een zonproject of windproject.

De voordelen van een project binnen deze omgeving

Deze 50% lokale eigen eigendom heeft als voordeel dat de omgeving ook daadwerkelijk profiteert van de baten van het project! Vaak kent de ontwikkelaar de omgeving en de mensen in de buurt. Bovendien is het een goede basis voor een gelijkwaardige en transparante samenwerking. Maar wat is nu die omgeving waar ‘men’ over spreekt? Daar is geen eenduidige definitie voor. Welke bewoners, grondeigenaren en bedrijven onderdeel zijn van de lokale omgeving wordt lokaal en per project bepaald. Maar hoe kunnen mensen vervolgens meedoen aan een dergelijk project? Vaak verenigen zij zich in een coöperatie.

Vereniging in een coöperatie

Als een lokale energiecoöperatie bijvoorbeeld initiatiefnemer is van een project, dan kunnen bewoners van de lokale omgeving meedoen en mede-eigenaar worden. Mensen in de lokale omgeving die lid zijn van de coöperatie, beslissen binnen de coöperatie samen over het inzetten van de opbrengsten van de opgewekte elektriciteit van een wind- en/of zonnepark. Uiteindelijk bepaalt de gemeente of provincie of het proces goed doorlopen is en of de omgeving voldoende betrokken is.

Wil je hierover meer weten? Dan kun je de Factsheet 50% eigendom van de lokale omgeving downloaden. Daarin lees je nog veel meer over hoe dit proces in zijn werk gaat. Ben je benieuwd naar wat er nog meer in het Klimaatakkoord staat of wil je meer weten over de Regionale Energie Strategie? Bekijk dan ook de veelgestelde vragen op deze pagina. Daarin vind je de antwoorden op de meest voorkomende vragen en een aantal handige links.

Het kabinet kondigde afgelopen tijd verschillende maatregelen aan tegen het Coronavirus. Welke impact heeft dit op het inleveren van de concept-RES? Bekijk de meest actuele berichtgeving op de website van het landelijke programma RES.

Ik draai de zandloper nog eens om. Korrels zakken door de nauwe hals naar de ruimte aan de andere kant van het tijdglas. Het is altijd wringen, de overgang naar een nieuwe fase. Als straks de dagen weer lang zijn, gaan we voor het eerst het net ophalen.

De dertig RES-regio’s leveren dan de concept Regionale Energie Strategie (RES) op. Het naderen van de inleverdatum – 1 juni – geeft nerveuze energie. Dat is te verwachten, maar zoals de dichter Lucebert al zei: van te veel spektakel wankel je allicht. Het naderen van de datum roept in het land een deadline reflex op alsof de RES deze zomer helemaal perfect moet zijn. Terwijl dat zeker niet zo is. Op tafel ligt de uitdaging van een nieuw energiestelsel. Het gesprek moet gaan over de ambitie, niet louter over het zetten van vinkjes voor een set afwegingscriteria.

De bedoeling is dat gemeenten, waterschappen en provincies in verbinding met maatschappelijke partners, (groepen) inwoners, bedrijven, netbeheerders, rijk etc. de koers uitzetten. Niet dat op 1 juni elke inwoner heeft geparticipeerd. Of dat zoekgebieden al helemaal uitgewerkt zijn tot projectniveau. Er is een neiging elkaar te vroeg te veel details te vragen, een neiging tot bestuurlijke besluitvorming waar juist nog tijd is voor het goede gesprek. Dit leidt in de praktijk tot snel of oppervlakkig nog even afstemmen met (groepen) inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners. Dit is jammer want het is juist belangrijk om ook met hen een relatie op te bouwen. Participatie is onderdeel van het hele RES-proces, ook na de concept-RES. Op weg naar de RES 1.0, bij de uitvoering van projecten en bij verankering in het Omgevingsbeleid. Voor je het weet zorgt onnodige druk dat de deadline het proces overneemt en dat denken en de creativiteit op slot raken.

Het is bijna kerst. Ik denk terug aan hoe we met ons gezin negen jaar geleden vóór Kerstmis zouden verhuizen. De verbouwing van ons oude pand zou drie maanden duren, dachten we. ‘Minimaal zes’, zei de aannemer. Grote ambities en weinig tijd. Onze financiële armslag bepaalde de deadline. Zo verhuisden we met Pasen. Niet dat het huis toen af was. Wekenlang nog woonden wij in de keuken en de bouwvakkers op zolder. Die waren nog volop aan de slag, overal lag stof. Het was oncomfortabel, maar we leerden snel veel buurtgenoten kennen en de lijntjes met de bouwvakkers waren kort. Kortom, het leven bleek gewoon door te gaan na de deadline en het eindresultaat kwam evengoed voor elkaar. Al werd het zomer voordat de bouwvakkers klaar waren.

De concept-RES’en gaan ook over het omgaan met de deadline en je er niet door laten vangen: de concept-RES is een eerste en belangrijke proeve van de koers die de regio’s willen varen. De basis moet er – zo goed als mogelijk – staan. Net als de afstemming in de regio. Voor bestuurders en RES coördinatoren zijn drie vragen belangrijk op 1 juni:

Heb ik er vanuit mijn rol alles aan gedaan om een optimale inhoudelijke concept-RES op te leveren?
Heb ik genoeg rekenschap gegeven van alle verschillende opvattingen en partners in de regio?
Doen we – landelijk gezien – het maximale ten opzichte van de 29 andere regio’s?
Wie nee moet zeggen op één of meer vragen heeft nog wat te doen. Dat kun je hoogstens jezelf aanrekenen in het licht van de afspraken die we met elkaar hebben gemaakt in het Klimaatakkoord. Het is niet zo dat er op 1 juni een goed of fout wordt uitgesproken door PBL of NP RES. Het Planbureau voor de Leefomgeving is nog aan het uitwerken hoe straks de concept RES’en te analyseren met aandacht voor kwantiteit en kwaliteit. Want ook dat vraagt een ander proces.
Deze energietransitie is voor iederéén nieuw. En daagt ons allemaal uit. En 1 juni? Zeker, het is een ijkmoment waar we naar toewerken. En ja, het is vervelend als je nog niet zo ver bent als dat jezelf, andere regio’s, samenwerkingspartners in de regio, maatschappelijke partners op landelijk niveau, de politiek hadden verwacht. Gelukkig draaien we de zandloper na 1 juni nog een keer om. De concept-RES geeft aan waar elke regio op 1 juni staat. Daarna gaan de 30 regio’s, gevoed door de analyse van PBL, inzichten van andere regio’s en ondersteuning door NP RES en vele anderen weer vrolijk verder. De kern van de zaak is uiteindelijk dat we als gemeenschap ons einddoel, de verlaging van de CO2-uitstoot, waarmaken.

Kristel Lammers is directeur van het Nationaal Programma Regionale Energie Strategieën (NP RES)

Op 15 november heeft minister Wiebes (EZK) met een brief aan de Tweede Kamer het “Programma Hernieuwbare Energieopwekking op Rijksvastgoed” aangekondigd. Samen met de aankondiging van dit programma is een Quickscan opgeleverd van de maximale theoretische potentie op Rijksvastgoed.

Op 15 november heeft minister Wiebes (EZK) met een brief aan de Tweede Kamer het “Programma Hernieuwbare Energieopwekking op Rijksvastgoed” aangekondigd. Met dit programma wil het Rijk zorgen voor een versnelling van de opwek van hernieuwbare energie op haar eigen vastgoed. Locaties binnen dit programma worden samen met de verschillende RES-regio’s in kaart gebracht en gekozen. Vervolgens bereidt het Rijk de locaties samen met de RES-regio’s (gemeentes, provincie en andere omgevingspartijen) voor alvorens de locaties (via een tendersystematiek) naar de markt te brengen. Het Rijk heeft zich in het Klimaatakkoord ten doel gesteld een substantiële bijdrage te leveren aan de doelstelling van 35TWh hernieuwbare opwek van energie op land voor 2030. 10% van het Nederlandse grondoppervlak is in het bezit en beheer van het Rijk.

Samen met de aankondiging van dit programma is een onderzoek van Generation Energy gepubliceerd. Dit onderzoekt heeft een eerste Quickscan opgeleverd van de maximale theoretische potentie op Rijksvastgoed. Deze studie is opgezet in samenwerking met de vastgoedhoudende diensten Rijkswaterstaat (RWS) en het Rijksvastgoedbedrijf (RVB).

In de brief aan de Kamer geeft de minister van EZK aan dat het programma verder wordt vormgegeven tot de zomer van 2020. Zodat er in juni – gelijk met de oplevering van de concept-RES – een programma klaarstaat. In de tussentijd zijn medewerkers van verschillende Rijksdiensten beschikbaar om vragen vanuit de regio te beantwoorden en deel te nemen aan de procesessen in de verschillende RES’en. Gezamenlijk zorgen we er zo voor dat de RES’en optimaal gebruik kunnen maken van de mogelijkheden die er liggen op rijksvastgoed.

Het pilotprogramma voor de voorbereiding en ontwikkeling van 10 locaties op Rijkswaterstaatgronden samen met RVB, Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en RWS loopt gewoon door. De eerste lessen hieruit worden op korte termijn met de RES’en gedeeld.

Wilt u hierover in gesprek in overleg met RWS, RVB of een van de andere Rijksvastgoedhoudende organisaties? Neem dan contact op met de regionale accounthouders van het Nationaal Programma RES (NP RES). Uw regio coördinator kan ook via het intranet van NP RES de regionale contactpersonen van RWS, RVB en SBB (Staatsbosbeheer) benaderen.